AA 07/02

Op basis van artikel 366 WIB92 kan de belastingplichtige tegen het bedrag van de gevestigde aanslag schriftelijk bezwaar indienen bij de directeur der belastingen in wiens ambtsgebied de aanslag is gevestigd.

Door de Programmawet van 27 december 2004, die in werking trad op 1 januari 2005, werd aan artikel 366 WIB92 toegevoegd dat het bezwaarschrift evenwel geldig blijft ingediend wanneer het gebracht wordt voor een andere directeur van de belastingen. Wanneer het bezwaarschrift gericht wordt aan een andere directeur van de belastingen, zendt deze het van ambtswege door aan de territoriaal bevoegde directeur en stelt de bezwaarindiener hiervan in kennis.

Deze verruiming kwam er na een algemene aanbeveling van de Federale ombudsman in 2003 naar aanleiding van de vaststelling dat de belastingplichtigen hun bezwaarschriften soms aan een andere fiscale administratie richten dan die voorgeschreven door artikel 366 WIB92 (een gewestelijke directeur van een ander ambtsgebied, een controleur of een ontvanger). Als deze belastingplichtigen dan te laat op de hoogte worden gebracht dat dit niet de juiste instantie is, dan kunnen zij hun bezwaarschrift soms niet meer tijdig opnieuw indienen. Daarom deden wij de aanbeveling om de indiening van de bezwaarschriften bij een andere fiscale administratie dan de bevoegde gewestelijke directeur mogelijk te maken door middel van een verplichte doorverwijzing tussen de verschillende fiscale diensten binnen de FOD Financiën.

Na deze wetswijziging, door de Programmawet van 27 december 2004, kunnen de bezwaarschriften volgens de fiscus dus geldig bij om het even welke territoriaal bevoegde directeur der belastingen ingediend worden, zelfs bij een directeur van de invordering, als het maar een directeur is...

Deze verruiming is echter niet voldoende.

Voor de belastingplichtige is de structuur van de FOD Financiën niet evident. Een directeur der belastingen is niet zijn eerste aanspreekpunt. Als de burger het niet eens is met het bedrag aan belastingen dat hij moet betalen, wendt hij zich vaak eerst tot degene aan wie hij ze moet betalen, zijn ontvangkantoor. Ook met zijn taxatiekantoor heeft een belastingplichtige vaak eerder contact. Ook deze dienst staat dichter bij hem...

Dat een belastingplichtige zijn bezwaren bij een ontvangkantoor of taxatiekantoor kenbaar maakt, is dan ook niet verwonderlijk. Op zich zou dit ook geen problemen mogen geven.

Artikel 5 van het Charter voor een klantvriendelijke overheid stelt immers: "Elke overheidsdienst die een (aan)vraag van een burger, een onderneming of een vereniging ontvangt die eigenlijk niet voor haar is bestemd, stuurt deze door naar de correcte overheidsdienst en brengt de burger, onderneming of vereniging hiervan op de hoogte."

Op dit ogenblik wil de FOD Financiën het voorstel van de Federale ombudsman niet aanvaarden. Een tijdig ingediend bezwaarschrift bij een taxatie- of ontvangkantoor, dat door deze dienst binnen de bezwaartermijn aan de bevoegde directeur der belastingen wordt doorgestuurd, kan niet als een geldig ingediend bezwaarschrift beschouwd worden.

Wij menen evenwel dat dit wel het geval moet zijn.

De FOD Financiën wil dat enkel aanvaarden als een verzoek om ambtshalve ontheffing in de zin van artikel 376 WIB92. Een geldig of ontvankelijk ingediend bezwaarschrift kan het volgens de FOD Financiën niet zijn omdat in artikel 366 WIB92 uitdrukkelijk staat dat het moet worden ingediend bij een "directeur van de belastingen". Een doorgestuurd bezwaarschrift voldoet volgens de strikte lezing van artikel 366 WIB92 door de FOD Financiën niet aan deze voorwaarden.

Momenteel sturen de taxatie- of ontvangkantoren bijgevolg de "verkeerd" ingediende bezwaarschriften terug aan de belastingplichtigen en wijzen ze de bevoegde directeur der belastingen aan tot wie ze zich moeten richten om een geldig bezwaarschrift in te dienen.

De FOD Financiën vreest echter dat hij het voorstel van de Federale ombudsman op dit ogenblik niet kan aanvaarden. Een rechter voor wie een beslissing wordt aangevochten van een directeur die een bezwaarschrift op die manier zou hebben aanvaard, zou immers de exceptie van onwettigheid kunnen inroepen op basis van de huidige bewoordingen van artikel 366 WIB92 en het feit dat de fiscale reglementering van openbare orde is.

Een ambtshalve ontheffing kan echter slechts in een beperkt aantal situaties worden verleend. De directeur der belastingen of de door hem gedelegeerde ambtenaar verleent ambtshalve ontheffing van overbelastingen:
1° die voortvloeien uit materiële vergissingen;
2° die voortvloeien uit dubbele belasting;
3° die blijken uit afdoende bevonden nieuwe bescheiden of feiten die wegens wettige redenen niet tijdig konden worden aangevoerd.

Met het oog op de rechtszekerheid en opdat de FOD Financiën zou kunnen tegemoetkomen aan de vereisten uit het Charter voor een klantvriendelijke overheid stelt de Federale ombudsman voor om artikel 366 WIB92 te herformuleren zoals hoger aanbevolen.

Vanuit dezelfde bezorgdheid moet ook gedacht worden aan de bezwaarschriften die worden ingediend tegen de vestiging van de verkeersbelasting, de onroerende voorheffing of het kadastraal inkomen.


Resultaat

Aanbeveling werd op 17 november 2010 in de commissie Financiën en Begroting voorgesteld.



Bijgewerkt op 26 juni 2014